Aanbestedingswet 2012 wijzigt in april 2016

GEVOLGEN VOOR HET AANBESTEDEN VAN BUITENRECLAME

Op 18 april 2016 wordt de Aanbestedingswet 2012 gewijzigd, waarbij met name de wijzigingen voor concessieopdrachten invloed hebben op de te volgen aanbestedingsprocedure. In dit artikel gaan wij in op de nieuwe situatie.

Wat wordt verstaan onder een concessieopdracht?

De Aanbestedingswet 2012 is van toepassing als de overeenkomst voorziet in wederzijds bindende verplichtingen, waarbij (i) de uitvoering van de diensten is onderworpen aan specifieke door de gemeente gedefinieerde vereisten die (ii) juridisch afdwingbaar zijn. Het gaat dan om eisen van de gemeente die verder gaan dan de eisen die de gemeente op grond van haar publieke regulerende bevoegdheden kan stellen. Is dit het geval, én draagt de private partij het exploitatierisico van buitenreclame, dan is  de betreffende overeenkomst aan te merken als een concessieopdracht. De meeste vormen van buitenreclame zijn dus aan te merken als concessieopdrachten.

LEES VERDER:

Waarde van de concessieopdracht

Een complicerende factor wordt bepaald door het feit dat de aanbestedende dienst moet bepalen wat de waarde van de concessieopdracht is. Is deze waarde meer dan €5.225.000 (excl. BTW) geldt een verplichting tot openbaar aanbesteden.

Is deze waarde echter minder dan €5.225.000 (excl. BTW) dan nog gelden voor de aanbestedende dienst spelregels: op objectieve gronden moet een keuze worden gemaakt voor de te volgen procedure, transparantiebeginsel, objectiviteitsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, proportionaliteitsbeginsel, leveren van maatschappelijke waarde, verbod om opdrachten niet onnodig samen te voegen, clusterverbod en tot slot de beperking van administratieve lasten.

In vrijwel alle gevallen zal dit dus leiden tot een meervoudig onderhandse of openbare aanbesteding.

Raming waarde van de concessieopdracht

De gemeente moet in de aanbestedingsstukken opnemen op basis van welke objectieve methode zij de waarde van de concessieopdracht heeft geraamd. Bij de berekening van de geraamde waarde dient in zijn algemeenheid met alle onderdelen rekening te worden gehouden die van invloed zijn op de waarde van de concessie.

De geraamde waarde van de concessieopdracht wordt berekend op de tijdens de looptijd van de overeenkomst te behalen omzet van de concessiehouder als tegenprestatie voor de diensten die voorwerp uitmaken van de concessieopdracht. Het gaat om omzet die de concessiehouder behaalt van derden én om vergoedingen die de gemeente aan de concessiehouder betaalt. Het gaat om omzet, en dus niet enkel om winst.

De raming dient tevens reëel te zijn. Het bepalen van de geraamde waarde van de concessieopdracht is bij uitstek een activiteit die tot de expertise van NABB behoort.

Grensoverschrijdend belang

Als wordt geconcludeerd dat de concessieopdracht een duidelijk grensoverschrijdend belang heeft (ondanks dat de waarde minder is dan € 5.225.000 (excl. BTW)), dan is de betreffende gemeente gehouden een voorafgaande publicatie op TenderNed te plaatsen om geïnteresseerde ondernemingen in staat te stellen hun interesse in de concessieopdracht kenbaar te maken. Tevens moeten de voornoemde spelregels in acht worden genomen. .

In de ‘buitenreclame praktijk’ blijkt echter dat meestal geen sprake is van duidelijk grensoverschrijdend belang. Dit neemt niet weg, dat de gemeente nog steeds gehouden is aan de eerder genoemde spelregels.

Maximale duur van de concessieopdracht

De Aanbestedingswet 2012 stelt eisen aan de maximale duur van de concessieopdracht. Deze is beperkt tot de periode waarin van een concessiehouder redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij de investeringen die hij heeft gedaan voor de exploitatie van de diensten, samen met een rendement op geïnvesteerde vermogen, kan terug verdienen, rekening houdend met de investeringen die nodig zijn om de contractuele doelstellingen te halen. Het behoort bij uitstek tot de expertise van NABB om aldus te bepalen wat een gepaste maximale duur is.

 

Uiterlijk op 18 april 2016 moeten de concessierichtlijn 2014/23/EU en de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. In dat kader ligt er momenteel een voorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012 bij de Tweede Kamer. Verwacht wordt dat het voorstel tot wijziging – zeker op de in dit artikel genoemde punten – integraal geïmplementeerd wordt.

Nadere details en specificaties van de impact van de Aanbestedingswet 2012 (aanpassing april 2016) zijn bij NABB te verkrijgen.

Toon/Verberg reacties