Camera’s in digitale reclamevitrines

Observeren voorbijgangers met camera in reclamevitrine vergt vaak toestemming

Vorig najaar ontdekte een treinreiziger een kleine camera in een reclamezuil op een station in Amersfoort en vroeg opheldering aan de NS. Het werd duidelijk dat er landelijk zeker honderden reclamevitrines uitgerust zijn met een camera en/of sensoren om om mensen te tellen om op bepaalde tijdstippen advertenties te tonen die relevant zijn voor een groep mensen die juist dan de reclamevitrine passeren. Grote commotie, veel berichtgeving in media en de onmiddellijk aandacht van de Autoritiet Persoonsgegevens (AP) die nader onderzoek ging instellen. De resultaten zijn bekend (zie hier de link naar de brief van de AP aan de marktpartijen).

Het observeren van mensen via een camera’s in billboards (gebruikt als verzamelnaam voor reclamezuilen, reclamevitrines etc) is meestal een verwerking van persoonsgegevens, aldus de AP. Daar is volgens de nieuwe Europese privacywetgeving AVG sprake van wanneer mensen herkenbaar in beeld komen. Dat betekent in praktijk dat een exploitant toestemming moet hebben van de voorbijganger om zijn gegevens te mogen verwerken, bijvoorbeeld door een voorbijganger via een tussenstap met een QR-code of een app toestemming te vragen.

Samenvattend ziet de AP in de praktijk drie hoofddoeleinden van de verwerking:

1. Om te tellen. Als de camera wordt gebruikt om informatie te krijgen over passanten. Bijvoorbeeld om te observeren hoeveel passanten er vóór een specifiek billboard staan op verschillende tijdstippen van de dag/week, of om te analyseren hoe lang passanten naar een specifieke reclame blijven kijken.

2. Om advertenties indirect af te stemmen op profielkenmerken van de passant zoals geslacht en/of leeftijd. Als via de camera bijvoorbeeld is vastgelegd dat op zaterdagochtenden vooral jonge mensen tussen de 20 en 30 jaar langskomen, kan dit worden gebruikt om op dit tijdstip advertenties te tonen specifiek gericht op deze doelgroep.

3. Om advertenties rechtstreeks af te stemmen op kenmerken van de individuele passant. Als via de camera wordt geregistreerd dat de persoon een brildrager is, of als via gezichtsherkenning6 en/of koppeling met andere unieke identifiers een koppeling wordt gelegd met andere beschikbare profielgegevens, kan dit worden gebruikt om advertenties te tonen die op specifieke personen zijn gericht.

Als het hoofddoel uitsluitend gericht is op ‘tellen’, dan kan gekozen worden voor een middel waarbij geen persoonsgegevens verwerkt worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een infraroodcamera waarbij personen niet herkenbaar in beeld komen. In dat geval is de AVG niet van toepassing. In de overige gevallen is de AVG wel van toepassing.

De exploitanten zullen hier dus rekening mee moeten gaan houden en het gebruik van digitale technieken om advertenties beter af te stemmen op de passanten wordt lastiger gemaakt.

 

Toon/Verberg reacties